De organisatie van ons onderwijs

Het ‘zelfstandig werken’ vormt de basis voor de organisatie van ons Daltononderwijs, in iedere groep. Deze doorgaande lijn loopt door de hele school heen, waarbij de kinderen in de kleutergroep al leren een korte tijd zelfstandig te werken.

Het ‘zelfstandig werken’ wordt bevorderd door:
•      de kinderen tijd en ruimte te geven om zelf na te denken over allerlei problemen;
•      de kinderen te leren zelf probleemsituaties op te lossen;
•      elkaar te helpen;
•      de kinderen allerlei activiteiten zelfstandig te laten uitvoeren;
•      de kinderen te leren hulpmiddelen op een efficiënte wijze te gebruiken.

Op deze momenten heeft de leerkracht de gelegenheid tot observeren, een individueel kind of een groepje extra hulp te bieden etc.
Onze reeds lange ervaring met ‘zelfstandig werken’ wijst uit dat deze wijze van werken voor zowel het individuele kind als de groep goede resultaten oplevert.

Bij de kleutergroepen wordt gewerkt vanuit een jaarplanning rond thema’s. Binnen ieder thema worden activiteiten gepland op het gebied van spel, taal, bewegen, voorbereidend rekenen, voorbereidend schrijven, muziek en andere creatieve vakken.
In de groepen 3 t/m 8 wordt voor de verschillende vakgebieden gebruik gemaakt van methoden.

Binnen de organisatie van ons Daltononderwijs spelen een aantal zaken een belangrijke rol. Hieronder worden enkele daarvan nader toegelicht.

De Taak
Het onderwijsmiddel om de Dalton uitgangspunten te verwezenlijken is de taak. Door de hele school heen krijgen kinderen een dag-, halve week- of een weektaak en gaan daar zelfstandig mee aan de slag met de verplichting dat de taak af moet. Dat is de gebondenheid aan de vrijheid. Ook de kleuters leren d.m.v. het planbord en het takenbord al hun zelfgekozen taak te volbrengen, begeleid door de leerkracht.

Door het werken met een weektaak en het zelf indelen van het werk leren de kinderen inzicht te krijgen in hun werk (de planning). De weektaak is een soort agenda, die een overzicht geeft van het werk over de week. Aan het eind van de week wordt de weektaak voorzien van een beoordeling en opmerkingen door de leerlingen en de leerkracht (de reflectie).
De opmerkingen kunnen aanleiding zijn voor een gesprek met de leerling.

De dagen van de schoolweek hebben een eigen kleur; maandag rood, dinsdag blauw, woensdag oranje, donderdag groen en vrijdag geel.
De opdrachten op de weektaak worden ingekleurd met de kleur van de dag waarop gepland is en met de kleur van de dag waarop de opdracht is gemaakt.
Een leerling die bijv. op woensdag een onderdeel van de taak af heeft, kleurt dit oranje, een kind dat op donderdag het rekenwerk van die week af heeft kleurt deze opdracht groen. Zo kunnen de kinderen zien of hun planning is uitgekomen.